Treinen in Nederland.nl
NS / SNCF / VFLI / SGB 2424
Info over de locomotief:

In de jaren '50 bestelde NS 280 diesellocomotieven om de laatste stoomtreinen buiten dienst te nemen. Om de locomotieven sneller in te kunnen zetten bestelde NS 2 series, de Amerikaanse 2200 en de Franse 2400 serie. Bij treinenbouwer Alstom werden 130 diesellocomotieven besteld. Het ontwerp is niet uniek, het werd al gebruikt voor locomotieven die in een aantal Franse koloniën reden. De eerste 2400 kwam in 1954 aan in Nederland en in 1957 kwam de laatste, de 2530. Alle 2400'en (behalve de 2401 t/m 2422 en de 2530) werden in een totaal bruine kleur met een gele horizontale band afgeleverd. De 2401 t/m 2422 werden in een licht blauwe kleur afgeleverd. Doordat het zicht vanuit de cabine's werd belemmerd door de neus kreeg de laatste loc, de 2530, een aangepaste cabine. De huif werd verlaagd en de cabine vergroot, zodat de machinist vanuit de cabine een beter overzicht had rondom de locomotief. De loc kreeg ook een andere kleurstelling, lila. De kleur werd gekozen door de echtgenote van de president-directeur van NS. Mede door de aangepaste cabine werd de loc later veel ingezet voor de sproeitrein ten behoeve van het terugdringen van onkruid tussen de rails. Later werden de lichtblauwe 2400'en en de lila 2530 net als de andere locomotieven bruin geschilderd. De 2400'en zijn relatief licht en ook niet bijzonder sterk. De locs kunnen wel zonder problemen door scherpe bochten zonder problemen. Door deze eigenschappen konden de locomotieven op de verouderde, en weinig gebruikte, spoorlijnen door Nederland rijden. De maximale snelheid van de locomotieven is 80 km/u. De 2400'en konden afhankelijk in treinschakeling rijden met één andere loc.

Door de komst van de 2200 en 2400 serie werden de meeste oorlogdiesellocomotieven van de serie 2000 in 1958 opgeslagen in Roosendaal. In 1960 werden alle locomotieven van die serie gesloopt. In 1958 waren alle locomotieven van de 2200 en de 2400 series in dienst genomen en ging de laatste stoomlocomotief, de 3737, op 7 januari 1958 buitendienst. De Nederlandse economie bloeide na de oorlog. Uit alle hoeken van het land werden goederen vervoerd. Steenkool uit Limburg, fruit uit de Betuwe, olie uit Drenthe, gas uit Groningen, suikerbieten uit Zeeland en staal van de Hoogovens. Ook waren er vroeger veel meer kleine spoorlijnen naar dorpen en bedrijven. Iedere plaats van betekenis had een spoorverbinding. Vele goederen werden via het spoor naar hun bestemming gebracht. Diesellomotieven reden met kleine goederentreintjes van de dorpen en bedrijven naar grote stations toe. Hier werden de wagons gerangeerd in grote treinen die vertrokken naar andere delen van het land of het buitenland. Andersom kwamen er grote goederentreinen op stations aan die uit elkaar gerangeerd worden. Vanaf de jaren '60 nam het vervoer per spoor sterk terug. De snelwegen verbeterde snel in Nederland en goederen werden internationaal steeds meer vervoerd met het vliegtuig. Steeds meer spoorlijnen verdwenen en stations werden gesloten.

Vanaf 1970 werd het mogelijk om met 3 2400'en in schakeling te rijden. In de jaren zeventig kregen alle locs de nieuwe NS geel-grijze kleurstelling. In de jaren '80 kregen ze een derde frontsein zodat ze ook op Duitse baanvakken mochten rijden. De 2400'en hebben nooit een ATB-systeem gekregen. Een aantal 2400'en werden overbodig en zijn (tijdelijk) aan de kant gezet, een aantal werden er ook verkocht. In 1976 werden zeven locs verkocht aan Saoedi-Arabië, de laatste deed daar tot 1994 dienst. Tussen 1977 en 1979 kwamen 22 terzijde gestelde 2400'en weer terug in dienst. In 1982 werd gestart met de sloop van de locomotieven. In 1985 bestelde NS 60 diesel locomotieven van het type Mak DE 6400 bij Maschinenbau Kiel, later Vossloh. De 6400-en werden ingezet ter vervanging van de toen ongeveer 35 jaar oude 2200 en 2400 series. In 1989 kwam er een vervolg serie van nog eens 60 6400'en. Tussen 1990 en 1992 kocht SNCF de resterende 50 2400'en voor de aanleg van de hogesnelheidslijnen. De SNCF wilde meer locomotieven kopen maar die waren al gesloopt. De locs werden in Frankrijk ondergebracht in de BB 62400 en de BB 62500 serie. Voor de verkoop aan Frankrijk werden de locomotieven verbouwd zodat ze met 3 andere locs konden rijden. Dit was nodig om zware goederentreinen over de heuvels in Frankrijk te rijden. De laatste locomotieven reden tot 2008 rond in Frankrijk.

In december 2007 gaan de 2413, 2424 en de 2454 buitendienst bij VFLI Cargo. In mei 2009 gingen de locs naar het Belgische Raeren om aangepast te worden om op smalspoor in Senegal (West-Afrika) te rijden. Niet veel later ging de werkplaats die de locs zou ombouwen failliet. Het drietal werd met ander materieel opgesteld en achtergelaten op het opsteltrerrein van het bedrijf. In april 2016 haalt de Stoomtrein Goes - Borsele (SGB) de 2424 terug naar Nederland, een maand later volgde de 2454 welke door Vereniging tot Behoud van Spoormaterieel Haarlem (BSH) terug werd gehaald. Beide locomotieven zijn per vachtwagen naar Nederland gebracht, de 2424 naar Goes en de 2454 naar Haarlem. De 2424 wordt opgeknapt en in de NS bruine-kleurstelling gestoken.

OVnieuws.info
Goederentreinen.nl
Contact
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De SGB 2424 staat in Goes tentoongesteld als onderdeel van de tentoonstelling 'De treinen van de wederopbouw'.
Sporen naar het verleden 2023, 18 mei 2023. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
De 1218 en de 2424. 18 mei 2023. © TreinenInNederland.nl
 
De SGB 620, de 1218 en de 2424 staan mooi naast elkaar tentoongesteld. 18 mei 2023. © TreinenInNederland.nl
 
 

De 2424 van de SGB staat nog in zijn oude Franse kleurstelling op het terrein opgesteld tijdens het evenement
'Sporen naar het verleden'
. 12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl

 
 
 
 
 
De omC 909 en de Sik 262 rijden langs de 2424 in zijn oude Franse kleur. 12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl
 
Dieselloc 2424 staat in haar nog Belgische uiterlijk op de rangeersporen te Goes.
11 september 2016. © TreinenInNederland.nl
 
Een zij-aanzicht van de 2424. 11 September 2016. © TreinenInNederland.nl